Wilhelm Schmid (1953)

In principe valt het volgens Schmid niet te ontkennen dat het leven zinloos is. Hij bedoelt dat het verstand geen fundament kan vinden om het bestaan op te bouwen. Schmid behandelt de vraag naar de zin van het bestaan omdat het een vraag is die voorafgaat aan de vraag hoe te leven, oftewel of men aan levenskunst zou moeten doen en zo ja, welke. 

Schmid bespreekt helaas maar in beperkte mate hoe die keuze dan gemaakt kan worden. Hij gaat gelijk in op wat voor hem het finale argument is. Zijn argument, dat hij ontleent aan de antieke filosofie, is dat men een levenskunst zou moeten ontwikkelen omdat het leven kort is. Als er geen dood zou zijn, zou het niet uitmaken hoe je je leven zou leven. 

Het argument van Schmid faalt omdat de dood niet ervaren wordt. 

De dood verleent een perspectief aan het menselijk leven. Het fungeert als horizon waar wij allen naartoe reizen en niemand van ons weet wat erachter ligt. De zaken die je echt graag wilt doen, kun je dan ook maar beter doen voordat je de horizontale streep bent gepasseerd. Wanneer wij eeuwig zouden leven hoefden wij geen rekening te houden met de dood. Voor sommigen vervalt daarmee echter ook een deel van de zin of drijfveer van het bestaan. Voor hun is eeuwig leven betekenislozer omdat alles dan over gedaan kan worden. Juist het idee dat we maar een beperkte tijdsspanne mogen rondwaren is volgens hun de drijfveer om de dingen te doen die we willen doen, en die goed te doen.

Naar mijn idee is dit niet juist, onzin! Een dergelijk perspectief op de dood, de dood als pendant van eeuwig leven, verraadt een te rationele kijk op het leven. Naar mijn idee is er geen verschil tussen een eeuwig leven en een tijdelijk leven. Neem nu het zogenaamde feit dat je in een eeuwig leven de kans hebt om alles oneindige malen over te doen. Denkt u dat u nog kans maakt om een pianist van wereldformaat te worden als uw eerste grote optreden een flop is? Denkt u dat u de persoon die u iets vreselijks heeft aangedaan ooit kunt vergeven? Of dat een geamputeerd been in een eeuwig leven iets anders is dan in een tijdelijk leven? Gedane zaken nemen geen keer, ook niet in een eeuwig leven. Dit zorgt ervoor dat de horizon waarbinnen u uw beslissingen maakt niet strekt tot aan de dood, maar veel dichterbij ligt. U maakt uw afwegingen binnen een veel kleiner kader en dus is de on- of eindigheid irrelevant.

Dat kleine kader is goed te illustreren aan de hand van de meer basale behoeften. De honger die u op gezette tijden heeft, voelt hetzelfde in een eeuwig leven als in een eindig leven. Het is niet nodig om dit in relatie tot het einde van het leven te plaatsen. Dat maakt voor het gevoel niet uit. Het hongergevoel motiveert u namelijk direct om iets te eten. Ook verwacht ik dat de mens gemotiveerd (en dat is een gevoel) zal blijven om iets te maken of te presteren. Dit motiveert hem of haar direct en dus zal hij of zij dat gaan doen, ook in een eeuwig leven.

Eeuwig leven of voor even maakt dus niet zoveel uit. Toegegeven, in een leven dat even duurt kunt u minder voor elkaar krijgen. Voor de waarde ervan maakt het echter niet uit. Het is alleen lastig als u uzelf er niet toe hebt kunnen zetten om die dingen voor elkaar te krijgen die u in uw tijdelijk leven voor elkaar wilde krijgen. Als u door gebrek aan daadkracht de kansen voorbij hebt laten gaan. Maar als u dit al niet is gelukt in een tijdelijk leven, hoe een ellendig eeuwig leven had u dan gehad!