Interview met...

Charles Wildevuur is emeritus hoogleraar experimentele chirurgie. De vraag is of veel kennis van het menselijk lichaam niet leidt tot een somber perspectief op de mens. De mens als te verklaren 'zak organen' waarop je kunt opereren. Wildevuur pleit voor een leven dat zinvoller wordt door meer te weten. Een verhaal over zingeving.

In een herenhuis word ik ontvangen en meteen wordt duidelijk dat nieuwsgierigheid hier een bijzondere plaats inneemt. Overal staan geschriften en kunstvoorwerpen. Na zijn emeritaat beet deze voormalige chirurg zich vast in de vraag waarom vinden wij kunst mooi? Daar had hij, vele leesuren en gesprekken verder, na tien jaren zo ongeveer zijn vinger achter. Daarna drong de vraag naar het leven zich op, waar draait het leven eigenlijk om?

“Een belangrijke kentering was voor mij op pensioen gaan. Want toen was het mij al duidelijk dat ik niet meer in mijn vak wilde werken. Het nieuwe veld van de moleculaire biochemie kon ik mij niet meer eigen maken. Bovendien, wat doe ik met die kennis? Ik had geen laboratorium meer. En toen heb ik de uitdaging aangenomen om te ontdekken waarom we kunst nu mooi vinden. En met dezelfde nieuwsgierigheid als altijd ben ik de cognitiewetenschappen ingedoken. Ik heb niet anders gewerkt dan daarvoor: veel lezen en trachten ideeën te krijgen. Deze derde periode van mijn leven heb ik ervaren als, de belangrijkste wil ik niet zeggen, maar toch zeker als één van de belangrijkste perioden uit mijn leven.

"Als je het leven zinvol wilt ondergaan, dan moet je begrijpen wat het leven nu betekent!"

De kentering was dat ik na mijn emeritaat naar de wereld begon te kijken. Daarvoor had ik oogkleppen op. Ik zat in een kleine wereld, weliswaar boeiend en diep genoeg, maar ik had niet echt om me heen gekeken. Ik had bijvoorbeeld wel van Darwin gehoord, maar ik had nooit door dat de evolutieleer zo fundamenteel was om ons leven te begrijpen. Nu kon ik me echt in die andere wereld verdiepen. Ik kon breder kijken en ook beter begrijpen wat de zin van het leven is. Daarvoor heb ik alleen van het leven genoten. Het werk, het actief zijn, het gewaardeerd zijn, noem het maar op. Dat gaf allemaal voldoening.

De volgende vraag was 'waar gaat het leven nu eigenlijk over'. En dat is een vraag waar ik de laatste jaren, zeker met het organiseren van cursussen voor de seniorenacademie, steeds meer aandacht voor heb gekregen. Het opzetten van die cursussen was voor mij interessant omdat we sprekers van verschillende disciplines bij elkaar brachten die mij konden voeden met hun inzichten en ideeën. Bovendien was het leuk om te doen omdat het een gemeenschap wordt met enthousiaste sprekers en deelnemers. De uitdaging om nieuwsgierig te zijn en te blijven, ik zou zeggen dat dat de zin van het leven is.

Nieuwsgierigheid is een behoefte, ligt de zin in de bevrediging van behoeften?
Ja ook, maar het moet geen dolce far niënte worden. Het ligt nu eenmaal in de natuur van de mens dat we de wereld rondom ons willen leren kennen. Als je veel weet kun je er dan nog van genieten wordt mij gevraagd. Ik zou zeggen van wel. Ik weet bijvoorbeeld dat de nucleus accumbens verantwoordelijk is voor alle pleasure feelings. Ik weet dat als je een rat een elektrode in de nucleus accumbens plant en hij deze zelf kan activeren dan doet hij dat onafgebroken zonder te eten zodat het beestje het niet overleeft, het heeft een zeer sterke gevoelswaarde!

Geniet ik van chocolade nu ik dit allemaal weet. Ik zou zeggen, meer! Want, ja, niet alleen dat je er van geniet – en dat genieten staat los van het weten: het gevoel wordt niet minder als je er wetenschap over hebt. Het gevoel wordt geïntensiveerd door het weten want door het weten kun je het verwoorden. Je kunt er een gedicht over schrijven. Je kunt precies zeggen waarom je het lekker vindt.

De wetenschap is hard op weg om meer kennis te verzamelen en lijkt het dominante perspectief op de werkelijkheid te worden. Is dat dan een goede ontwikkeling?
Hoe breng je rechts en links in neurologisch evenwicht. Dat is de uitdaging die er nu ligt. Dat zal ik uitleggen. Onze hersenen bestaan uit een linker en een rechterhelft. Beide zijn gespecialiseerd in verschillende functies: een logische functie en een intuïtieve functie om het kort door de bocht samen te vatten.

In The Master and His Emissary (Iain McGilchrist) wordt dit tot in detail uitgelegd: rechts neemt de wereld waar, is de wijste en de meester. De linker helft voert het uit. Het toont verder aan dat het Westen op de verkeerde weg is. De Verlichting is het ergste kwaad dat we ooit hebben gekregen. Wij zijn nieuwsgierig en dat is een goede zaak. Dat betekent tevens dat het voldoening geeft als je zaken begrijpt. Maar het moet niet doorslaan in alleen maar op een logische manier naar de wereld kijken. Dan zijn beide hersenhelften niet in evenwicht.

Het omgekeerde is ook waar. Boeddhisme is interessant om te lezen en te leren kennen en geeft een kijk op het intuïtieve denken. Maar om te zeggen dat ze nu op technische ontwikkelingen iets betekenen in de wereld dat niet. Mediteren is terugtrekken. Overigens, in de reïncarnatie kan ik mij niet zo vinden. Van mijn mentale gedachten blijft niets over. Ik heb er geen geloof in op dit moment hoe iets op enige wijze blijft voortbestaan. Dan kan de zin van het leven niet in het hiernamaals zijn. Dus moet het hier in het leven nu zitten. En dan vind ik, als je het leven zinvol wilt ondergaan, dan moet je begrijpen wat het leven nu betekent? Daar gaat het om!

Het leven wordt zinvoller door meer te weten, omdat je dan ontdekt waar het nu om gaat.
Precies

En als blijkt dat we geen vrije wil hebben, zoals Victor Lamme stelt?
Ik ben het niet met Victor Lamme eens. Vrije wil is moeilijk te definiëren daar zijn al veel discussies over. Voor mij is de oplossing eenvoudig. Zie wat er in de wereld van de mensen, in tegenstelling tot die van de dieren, tot stand is gekomen, dan kun je rustig zeggen dat een dergelijke ontwikkeling niet kan bestaan zonder keuzes te maken. Het zijn kleine stapjes, maar het zijn wel steeds keuzes. En als je keuzes kunt maken dan is er naar mijn gevoel een vrije wil.

Je moet alleen niet denken dat je op elk moment vrij bent. Ik zou haast willen zeggen, gelukkig niet! Ik ben blij dat ik voor het grootste gedeelte een automaat ben. Eentje die door mezelf en door mijn omgeving goed getraind is. Heerlijk. Hoef ik niet na te denken. Maar, ik heb toch op enkele momenten op de dag keuzes gemaakt. Daarbij krijg ik fysiologisch bevrediging van keuzes. Niet dat alle keuzes even goed hebben uitgepakt. Op die basis ben ik bereid door te gaan. Als ik geen vrije wil heb dan had ik geen leven. Dat kan voor anderen natuurlijk anders liggen. Die maken er misschien een eind aan. Jammer.

Tevens, als je weet hoe leven in elkaar zit besef je dat het proces oneindig door lijkt te gaan, maar dat geldt niet voor het individu dat is eindig. Als mens vind ik het perspectief als we keuzes kunnen maken en het voldoening geeft, dat het leven zinvol is!

Heeft uw werk de mens ooit gereduceerd tot een 'zak organen'?
Nee, het heeft nooit geleid tot een perspectief op de mens als 'maar een zak organen' zoals jij het stelt. Absoluut niet. Allereerst voel je je intuïtief tot een bepaalde richting aangetrokken. Wat je niet kan verwoorden als je jong bent. Maar vanuit je omgeving wordt je beïnvloed door een bepaalde richting. Jij bent door de filosofie aangetrokken en ik ben meer door de medische richting. Met name werd ik door de fysiologie aangetrokken, hoe werkt het, dus het proces (en niet de zak organen). Daarbij was voor mij juist de hart–chirurgie interessant.

Bedenk dat ik opgeleid werd in de periode dat meer van de fysiologie van het hart bekend werd. In die tijd werd de hartlong–machine uitgevonden die de fysiologische functie van het hart moest kunnen overnemen om aan het hart geopereerd te kunnen worden. (Ik ben van huis uit hartlong–chirurg) en daar lag mijn fascinatie. Bovendien werd in die tijd transplantatie mogelijk, waarvoor eerst dierexperimenten uitgevoerd moesten worden. In het begin waren het voornamelijk niertransplantaties, maar later kwamen ook harttransplantaties. Dat leek me wel iets. Daar heb ik toen ik hier naar Groningen kwam onderzoek naar willen doen. Het was toen echter niet mogelijk om de hartlong–machine in te zetten voor experimenteel onderzoek.

Mijn opleider stelde toen voor om longen te transplanteren, wat me eerst minder fascineerde. Ik had namelijk in mijn eerste twee jaar als assistent reeds veel longen geopereerd. Ik leerde zelfs eerder longen te opereren dan appendices. Dus het gebied van longen was me wel bekend en chirurgisch een mindere uitdaging. Gezien de omstandigheden ben ik daarom toch longen gaantransplanteren, het onderwerp waarop ik gepromoveerd ben. Zo ben ik gefascineerd geraakt door research, en dat is precies dezelfde fascinatie als die ik net noemde, de nieuwsgierigheid naar 'hoe werkt dat nou?' De fysiologie dus.

Daar ben ik ingedoken en moest mezelf fysiologisch denken aanleren. Vergeet niet dat je als chirurg in die tijd werd opgeleid met anatomisch denken. De fysiologie sloot op haar beurt direct aan op de biochemie. Halverwege mijn klinische periode als hart–longchirurg werd ik voor de keuze gesteld om me of te richten op de kliniek of op de research. Wat de klinische kant betreft verloor ik gauw mijn interesse als ik het kunstje kende. Dat bevredigde mijn nieuwsgierigheid niet. Ik heb daarom voor de experimentele chirurgie gekozen en daar een afdeling voor opgezet. De uitdaging lag wat mij betreft bij de exploratieve kennis, het cognitieve systeem van de mens.

En al die kennis heeft nooit geleid tot wanhoop?
Nee, de horizon van de uitdaging bleef bestaan. Er bleef een honger naar meer kennis, meer weten en meer doen. Een zinvol leven dus! 

Bekijk de intro!