Interview met...

Fred Keijzer verricht filosofisch onderzoek naar de mens. Dat onderzoek is erop gericht om een wezenlijk onderdeel van de mens te verklaren, namelijk de menselijke cognitie. Daaronder vallen het denken, kennis en het intelligent handelen van de mens. Deze cognitiewetenschap, in samenhang met de neurowetenschappen,  is een vrij jong onderzoeksgebied, maar toch één dat met grote sprongen vooruitgang boekt. Het verklaren van onszelf lijkt steeds dichterbij te komen en heeft waarschijnlijk grotere gevolgen voor ons dan het verklaren van hoe nieren werken of levenloze zaken als planeten en atomen. Een verhaal over zingeving.

Maakt het onderzoek naar de menselijke geest het leven zinloos?
Het is waar dat de wetenschap de wereld op een bepaalde manier benadert. Er is een duidelijke grens te trekken tussen feiten en waarden: wetenschap houdt zich bezig met de feiten. Ze zegt  niet ´dit is goed en dat is slecht´ of 'dit is zinvol en dit is zinloos'. En ja, als je als persoon met een wetenschappelijke bril naar de wereld kijkt, dan zul je, haast per definitie, weinig waardevolle dingen tegenkomen. Wetenschap doet daar immers niet aan.

Fred Keijzer - 2010-04-13

bio:Fred Keijzer (1960) promoveerde in Leiden in de cognitiewetenschappen en filosofie. Hij is hoofddocent aan de faculteit filosofie van de Rijksuniversiteit Groningen.

Om nu te zeggen dat de wetenschap de wereld zinlozer maakt, is een stap te ver. Als je als gewoon mens die grote verzameling aan kennis beschouwt dan kan dat best beangstigend zijn. Dan lijkt het alsof er niets van waarde is, maar dat er alleen verklaringen zijn. Bedenk dan in ieder geval dat het niet de bedoeling van de individuele wetenschapper is om de wereld zinlozer te maken. Wetenschappers zijn naar mijn idee vaak zeer gedreven en gepassioneerd over het werk dat ze doen. Dat dat effect optreedt is dan misschien ook een paradoxaal neveneffect te noemen. 

Is er nog een ander perspectief naast het wetenschappelijke?
Ja, ik denk dat er wel een perspectief is waarin waardevolle zaken naar voren komen. Neem bijvoorbeeld het perspectief vanuit een bacterie. In dat perspectief zijn sommige zaken schadelijk voor hem en andere juist goed. Stel bijvoorbeeld dat zout slecht, en suiker goed is voor deze bacterie. Zout en zoet krijgen dan een waarde, een betekenis voor deze bacterie. Nu geeft het geen pas om te gaan speculeren over de vraag of de bacterie dit ook zo ervaart, maar van mensen kunnen we aannemen dat zij wel ervaringen hebben. En net zoals bij de bacterie sommige zaken goed zijn en andere slecht, zo geldt dat ook voor de mens. Neem een koud bad van tien graden en je kunt niet ontkennen dat dat onaangenaam voelt. Dat we kou onprettig vinden zit gewoon hard wired in ons lichaam. Dat maakt dat we sommige zaken als waardevol ervaren, of in het geval van een koud bad als 'waardeloos' – een situatie die we willen vermijden.  

In een recent geschreven stuk (Meaningful Meaning (link)) ga ik ook in op het feit dat mensen naast deze meer ingeprente voorkeuren, preferenties genoemd, zelf ook voorkeuren van een hogere orde kunnen ontwikkelen. Het is dus niet zo dat in dit perspectief alleen de basale biologische voorkeuren waardevol zijn. Je kunt ook een voorkeur voor muziek ontwikkelen en daarmee wordt muziek eveneens zinvol. 

"Je moet jezelf niet opzij laten zetten."

En waarom zou dit perspectief niet net zo waar zijn als het wetenschappelijke perspectief? Zoals gezegd laat wetenschap bepaalde zaken, zoals waarden, buiten beschouwing en is daarmee een beperkt perspectief. Verklaringen zijn abstracties van de werkelijkheid. Daarbij is en blijft het mensenwerk. Je moet jezelf dan ook niet opzij laten zetten. 

Kan ieder individu dan helemaal zelf zijn eigen zin bepalen? Dus als iemand leeft omdat hij een voorkeur heeft ontwikkeld om één keer een echte blauwe smurf te zien, dan kan dat?
Het voorbeeld dat je noemt is een extreem voorbeeld, maar in principe moet iedereen een verhaal maken dat voor hem of haar werkt. En daarbij hoef je je niet te laten leiden door wat de wetenschap stelt. Het wordt alleen wel moeilijker voor jezelf om het verhaal vol te houden als de wetenschap aannemelijk heeft gemaakt dat, zoals in dit geval, smurfen niet bestaan. 

Bij het maken van die verhalen kunnen we veel hebben aan sciencefiction. In ´Filosofie van de Toekomst´ ga ik uitgebreid in op de kracht van sciencefiction. Ik stel daarin dat we futuristische verhalen kunnen gebruiken als een bron van nieuwe verhalen over onszelf, verhalen die aansluiten bij onze kennis en tegelijkertijd een plek geven aan mensen. De mooiste kunnen we dan misschien gebruiken als een gedeeld verhaal, een zinvol verhaal.

Bekijk de intro!