Onderwijs

Leven in de 21ste eeuw is niet gemakkelijk. Alles kan tegenwoordig en zonder duidelijke normen en waarden is het moeilijk om weerstand te bieden tegen alle invloeden van buitenaf. Waar leren mensen, van jong tot oud, tegenwoordig om zich te positioneren ten opzichte van alle invloeden? Waar leren ze hun eigen fundament te vormen? Hun eigen zingeving. Het onderwijs zou daar op in kunnen springen. In onderstaande tekst wordt een voorstel gedaan waarin cultuureducatie centraal staat. Cultuureduactie kan bijdragen aan het ontwikkelen het ontwikkelen van een fundament.

Cultuureducatie staat in Nederland nog vaak aan de ‘andere kant van de streep’. Men geeft de vakken als handvaardigheid en muziek wel, maar waarom is niet altijd duidelijk en vaak valt minachting ze ten deel. Zowel onder leerlingen als onder leraren zijn de vakken toch vaak een beetje de buitenbeentjes van het curriculum. Ze tellen niet als volwaardig mee. Dit korte essay poogt om het belang, het nut en de noodzaak van cultuureducatie aan te tonen en zo het vak en iedereen die erbij is betrokken ‘over de streep te trekken’ of in elk geval te bewegen richting de streep. De kern van dit essay is dat de cultuurvakken naast de vakinhoudelijke overdracht van kennis en vaardigheden ook meer algemene levensvaardigheden over kunnen dragen, mits men zich daarvan bewust is. Deze levensvaardigheden zullen steeds belangrijker worden in een zinloze, absurde wereld. 

Eerst een korte algemene introductie op onderwijs. Onderwijs levert kennis en vaardigheden op. Kennis en vaardigheden openen op hun beurt een universum aan handelingsmogelijkheden. Dit universum ontstaat doordat de leerling met kennis en vaardigheden een gedetailleerder model van de werkelijkheid in handen krijgt. Hoe uitgebreider het model, hoe meer aangrijpingspunten er voor de leerling zijn om te opereren in de werkelijkheid. Het parkour, onder andere te zien in de openingsscene van de Bondfilm 'Casino Royale', is een uitstekend voorbeeld van hoe een uitgebreider model, oftewel handelingsuniversum, een persoon in staat stelt tot meer. Parkour is een manier van reizen waarbij men zo efficiënt mogelijk door een driedimensionale ruimte manoeuvreert door alle mogelijkheden van het menselijk lichaam te benutten. Daar waar normale mensen bijvoorbeeld een ladder zouden pakken, daar springt, hijst en klautert de beoefenaar van parkour met gemak naar de gewenste hoogte. Deze manier van bewegen wordt mogelijk als men een model van de wereld heeft waarin bijvoorbeeld muren niet alleen verticale hopen steen zijn die het pad versperren, maar ook uitstekend kunnen dienen om zich tegen af te zetten en zo hoogte te winnen. Dus hoe meer kennis, hoe groter het model van de werkelijkheid en hoe meer iemand dus kan. 

Een ruim handelingsuniversum maakt het op haar beurt weer mogelijk om een positie in de maatschappij in te nemen. De kennis en vaardigheden kunnen op de markt worden aangeboden om ze tegen een vergoeding in te zetten. Kennis van materialen als hout en ijzer stelt iemand in staat om het beroep van timmerman uit te oefenen, kennis van constructies en materialen stelt iemand in staat om het beroep van ingenieur uit te oefenen en kennis van het menselijk lichaam stelt iemand in staat om arts te worden. Dit geldt natuurlijk ook voor kennis die is opgedaan bij de culturele vakken. 

Onderwijs in cultuurvakken als muziek, handvaardigheid en taal openen ook een groter handelingsuniversum voor de leerling. Muziekonderwijs kan de leerling leren hoe hij zijn vingers zo kan aansturen dat er muziek klinkt of hoe een fuga in elkaar zit waarmee er ook een rijkere belevingswereld ontstaat. Met begrip van de fugastructuur kan de brei aan noten immers worden opgedeeld in betekenisvolle delen als dux en comes. Handvaardigheid kan de leerling leren hoe hij hout bewerkt, een natuurgetrouw portret tekent of stukken stof aan elkaar naait. Taalonderwijs stelt de leerling in staat om een vreemde taal te begrijpen en om er in te opereren. Het bestellen van een espresso in Italië, als een mogelijke vorm van opereren in de werkelijkheid, gaat beter wanneer men de taal beheerst. In alle gevallen gaat het om een combinatie van kennis en vaardigheden. Met het laatste voorbeeld wordt ook duidelijk dat met het begrip onderwijs niet het drillen van rijtjes woorden wordt bedoeld, dat zou eerder training heten, maar dat het moet gaan om het openen van een handelingsuniversum: kennis die de leerling in staat stelt om de wereld te beïnvloeden (in dit geval om de Italiaanse ober te bewegen om een kopje espresso te brengen).

Kennis en vaardigheden op het culturele en creatieve vlak zijn tegenwoordig gewilde competenties en stellen de persoon die ze bezit ook in staat om er zijn of haar brood mee te verdienen. De persoon met een ruim muzikaal universum kan leraar muziek worden, docent op het conservatorium of uitvoerend musicus. De persoon met een ruim grafisch universum kan schilder worden, grafisch vormgever of webdesigner. De persoon met een ruim literair universum kan criticus worden of zelf schrijver. Ook hier geldt dat het hebben van een handelingsuniversum voor de leerling een positie in de maatschappij opent. Dit alleen is al een reden om cultuureducatie serieus te nemen. 

Een ruim handelingsuniversum maakt ook dat keuzeproblematiek ontstaat. In de huidige tijd kan het universum aan handelingsmogelijkheden gerust gigantisch worden genoemd. Zonder twijfel hebben mensen van nu meer mogelijkheden dan ooit tevoren om hun tijd te besteden. Twee voor de hand liggende oorzaken zijn het wegvallen van tradtionele kaders en de ongeremde technologische ontwikkelingen. Ongeacht de oorzaken, het ruime handelingsuniversum leidt tot keuzeproblematiek. Immers, er is ten eerste heel veel om uit te kiezen, er is ten tweede een overvloed aan details, en ten derde vallen alle gevolgen niet te overzien. Dit kan vooraf een verlammend effect hebben of achteraf veel stress opleveren (in de wetenschappelijke literatuur is dit fenomeen bekend als hyperchoice). Een ruim handelingsuniversum vergt dus ook een goede beslisser. Een beslisser die om kan gaan met de vele mogelijkheden.

Ik ga nog even in op de goede beslisser. Want waarom dient er een goede beslisser te zijn? Deze vraag vraagt erom om de achterliggende ideeën van onderwijs te onderzoeken, want de vraag is alleen tegen die achtergrond te beantwoorden. Onderwijs dient er ten eerste toe om leerlingen voor te bereiden op een positie in de maatschappij en zij zal de leerling hiervoor dus de nodige kennis en vaardigheden moeten bijbrengen. Het nut van veel kennis en vaardigheden verdwijnt echter wanneer de leerling onder de keuzeproblematiek bezwijkt en zijn potentieel niet ten volste kan benutten. Als voorbeelden kunnen dienen de leerling die het onjuiste vakkenpakket kiest, de leerling die de onjuiste studie kiest en de uitgestudeerde die het onjuiste beroep kiest omdat zij door de vele mogelijkheden het bos niet meer ziet. Vandaar dat onderwijs in de huidige tijd ook goede beslisvaardigheden dient aan te leren. De tijd is geweest dat leerlingen vanzelfsprekend in de voetsporen van hun ouders treden. Tegenwoordig kan de leerling worden wat hij wil, van astronaut tot manager, maar dat vergt wel een keuze.

Naast het feit dat cultuureducatie bijdraagt aan het ontstaan van keuzeproblematiek draagt cultuureducatie ook een deel van het antwoord in zich. Ter verduidelijking nog het volgende. In beginsel vormt nagenoeg al het onderwijs cultuureducatie in de zin dat het de leerling symbolen en modellen geeft die hem of haar helpen de wereld te structureren, betekenis te geven. Toch wordt in dit essay met het begrip cultuureducatie de meer creatieve (delen van) vakken bedoeld als Nederlands, muziek, toneel en handvaardigheid.

De tweede stelling van dit essay is dat cultuureducatie, naast valuta op de arbeidsmarkt, de leerling ook beslisvaardigheden oplevert die van levensbelang zijn. Om dit duidelijk te maken worden de cultuurvakken, wellicht op een enigszins stereotype manier, afgezet tegen vakken als natuurkunde en wiskunde. Bij die laatste horen opdrachten die de leerlingen ter oefening kunnen maken. De opdracht ligt hier vast, de methode die de leering moet hanteren om tot het juiste antwoord te komen ligt vast en ook het antwoord zelf ligt vast. Bij de cultuurvakken ligt dit anders. Tenminste, als het gaat om de meer vrije opdrachten want natuurlijk worden er bij de cultuurvakken eveneens opdrachten gegeven waarbij er maar één juist antwoord is. Over die groep opdrachten gaat het dus niet. Het gaat om opdrachten waarbij de leerling zelf iets moet creëren: een muziekstuk, een tekening of een borduursel. Hier ligt de opdracht vast, de methode hoeft niet vast te liggen en het antwoord kan niet vastliggen, of althans niet in zijn geheel.

Het antwoord bij de vrijere opdrachten ligt niet vast waardoor de leraar er geen grip op heeft en de leerling heeft te maken met een ruim handelingsuniversum. Zonder leraar die de leerling de enige juiste methode oplegt, en naar het enige juiste antwoord leidt, is de leerling veel meer aangewezen op zijn eigen beoordelingsvermogen. In het geval de opdracht bijvoorbeeld is om een portret te maken opent er zich een enorm handelingsuniversum. Het portret kan geschilderd worden of worden getekend. Het portret kan natuurgetrouw zijn of fantastisch zijn. De mogelijkheden die de leerling heeft in het gebruik van kleuren is ook enorm. En van al die mogelijkheden zijn er veel goede en veel minder goede.

De rol voor de docent bij cultuurvakken is dan ook anders, of dient anders te zijn. Hij of zij brengt de leerling kennis en vaardigheden bij, maar dient zich er ook bewust van te zijn dat hij of zij de leerlingen ook een handelingsuniversum biedt waarbinnen de leeringen zelf keuzes moeten maken en dat zij hier hulp bij nodig hebben. Hulp bij het vinden van de leerling zijn of haar eigen maatstaven. Naast vakkennis en vaardigheden dient de cultuurdocent dan ook een uitstekend coach te zijn. Coachen heeft alles te maken met het begeleiden van mensen op weg naar hun eigen antwoorden en vergt meer dan alleen het eigen vak beheersen.

Een goede aanvulling op cultuureducatie zou het vak levenskunst, levensbeschouwing en zingeving kunnen zijn. Daar waar de leerling op een impliciete manier kennis maakt met zichzelf en het maken van keuzes (een aaneenrijging van keuzes maken de leerling zijn of haar leven) daar kan het vak levenskunst de vaardigheden expliciet bespreken. Op deze manier kan een meer samenhangend curriculum worden samengesteld waarbij het ook zo is dat de vakken niet meer gegeven worden omdat ze nu eenmaal gegeven worden, maar dat ze gegeven worden vanuit een besef dat naast de vakinhoudelijke overdracht van kennis en vaardigheden de culturele vakken ook een bijzonder nodig en nuttig stuk onderwijs bieden aan de leerling van de eenentwintigste eeuw.

Cultuureducatie staat in Nederland nog vaak aan de ‘andere kant van de streep’. Men geeft de vakken wel, maar waarom is niet altijd duidelijk en vaak valt minachting ze ten deel. Zowel onder leerlingen als onder leraren zijn de vakken toch vaak een beetje de buitenbeentjes van het curriculum. Ze tellen niet als volwaardig mee. Dit essay poogt, en het is aan de lezer om te beoordelen of het daarin is geslaagd, om het belang, het nut en de noodzaak van cultuureducatie aan te tonen en zo het vak en ieder die erbij is betrokken ‘over de streep te trekken’. Het vak zelf natuurlijk omdat het simpelweg de moeite waard is, en de betrokkenen om hun taak serieus te nemen en daar niet geringschattend over te doen.

Keuzeproblematiek kan ook op latere leeftijd nog tot allerlei rampen leiden, leest u Nienke Wijnants' Dertigerdilemm's bijvoorbeeld over hoe dertigers worstelen met allerlei keuzes en schijnbaar het interne, morele kompas missen om die keuzes naar tevredenheid te kunnen maken. Het is aan u als leraar van de bedoelde vakken om ze daar op voor te bereiden. Het is aan u als bestuurder van een school om de juiste leraren te vinden of te maken. En het is aan u als leerling om uzelf te ontdekken bij het tekenen, het componeren, het schrijven.